Berichten

Waarom zijn de bananen krom?

Een kinderlijke vraag. Een vraag waar ik altijd van moet glimlachen.
Je kent vast het eindeloze ‘waarom-men’ van kinderen om je heen. Misschien herinner je jezelf nog toen je als kind in de waaromfase zat. Misschien herinner je de frustratie nog als je geen bevredigend antwoord kreeg…
‘Waarom’ dwingt de ander om na te denken en om uit te leggen. Misschien word je er gek van als een kind alsmaar vraagt ‘waarom’? Soms is het immers fijn dat hij of zij gewoon doet wat gevraagd wordt. Soms heb je er even geen zin in om antwoord te geven op die vraag. En toch. Hoe rechtvaardig is het om nieuwsgierigheid – het echt willen weten – de kop in te drukken en de ander te dwingen om te volgen?

Hoe kan het dat we als volwassenen zo gemakkelijk dóen zonder ons af te vragen ‘waarom?’.
Omdat het moet? Omdat het gevraagd is?
Zeg nou eerlijk hoe vaak stel jij jezelf de waaromvraag?
Waarom doe je de dingen die je doet? Waarom kom je je bed uit? Waarom blijf je in een situatie zitten die je helemaal niet fijn vindt?
Waarom?

‘Waarom?’ is misschien wel de mooiste en belangrijkste vraag die je kunt stellen. Aan jezelf, aan je geliefden, aan je team, aan je leidinggevende, aan je organisatie. Het is een oprechte, en daarmee een liefdevolle, vraag die een ander aan jou kan stellen.
Waarom geeft richting.
Altijd.

Een organisatie die helder heeft waarom zij bestaat trekt de mensen en de klanten aan die bij haar horen. Een team dat staat voor een specifieke uitdaging heeft meer aan een antwoord op ‘waarom’ dan aan een instructie wat ze moeten doen en hóe. ‘Waarom’ geeft ze informatie wat het doel is van de uitdaging. Hoe ze het uit gaan voeren en wat ze daarbij expliciet gaan doen, of niet, dat kunnen ze allereerst zelf wel invullen. Als ze zich met hart en ziel hebben verbonden aan de organisatie dan doen ze de dingen die goed zijn, op een manier die goed is. Een krachtig team vaart wel op basis van vertrouwen en het benutten van het aanwezige talent. Waar ze uit moeten komen, dus wat het doel of de bestemming van de reis is, dat is van belang. Aankomen in een verkeerde haven is immers niet wat een leider, in dit geval de kapitein, voor ogen heeft. En toch gebeurt het. Teams die in de verkeerde haven terecht komen of die dwalen op open zee. Mensen die op de verkeerde boot zijn gestapt. Organisaties die alsmaar van koers veranderen omdat de bestemming niet (meer) helder is.

Als jij jezelf afvraagt waarom je doet wat je doet weet jij of je op koers ligt, of niet.
Waarom zou je niet wat vaker stil staan bij waarom? Ik geloof oprecht dat het helpt in het nemen van beslissingen. Of ze nou groot of klein zijn. Ik geloof ook echt dat je meer tijd en ruimte zult ervaren als je jezelf antwoord geeft op ‘waarom?’.
Waarom zou je dingen doen die voor jou of je omgeving geen toegevoegde waarde hebben? Waarom steek je tijd in mensen of in werkzaamheden die je meer energie kosten dan energie geven? Waarom kies je voor angst voor het onbekende in plaats van voor liefde voor avontuur? Waarom?

Ik wens je veel ‘waarom-men’ toe. Bevraag jezelf en de ander totdat je een helder antwoord hebt. Dan hoef je niet meer te dwalen, dan stap je op de juiste boot. Dan kun je na je reis zeggen ‘het was weer een mooi avontuur, bestemming bereikt!’.

Toch niet door het putje

Angst voelen, op de bodem liggen en toch niet door het putje gaan. Hoe bijzonder om te ervaren hoe je jezelf bijeen kan rapen in slechts een aantal ogenblikken. Een kwestie van mindset?

Ik vertelde er deze week over tijdens een training.
Het is inmiddels bijna een jaar geleden dat ik op reis was in India. We gingen raften over de Ganges. Stoer, sportief en gelukkig, zo voelde ik me. Comfortabel in een wetsuit, de peddel stevig vast om de golven en de stroomversnellingen te verslaan. Een welkome afwisseling van de immense indrukken in een immens land dat door de inwoners en reizigers liefdevol ‘Incredible India’ wordt genoemd.

Onderweg stoppen we bij een soort van ‘strandje’. Een prachtige omgeving. Tintelend fris blauwgroen water. De rotsen om ons heen immens hoog (denk ik).
Hoe dan ook, het is adembenemend en magisch.
Locals hebben aan de oever plekken gecreëerd waar ze kleine maaltijden bereiden. Het eten ruikt heerlijk en het ziet er verrukkelijk uit. We hebben hard gewerkt, vind ik, dus ik neem 2 porties. De anderen uit de boot zijn niet gestopt om te eten. Ze lopen naar de hoogste rots. Daar kunnen we van afspringen…
‘So much fun’ zegt de gids.
Ik staar omhoog.
Hoe hoog is het eigenlijk? Ik zie weinig hoogte of diepte (dat is een beetje een handicap zo nu en dan…).
“Serious? Is this fun?”
Ik weet het niet.
En ik bedenk me dat ik wel filmpjes ga maken. Hoe leuk is dat?!

Het springen is leuk. Aan het gegil en gejoel te horen.
‘Je moet dit echt meemaken. Doodzonde als je het nu niet doet. Ga gewoon mam’, zegt ze.
En dus loop ik, nou ja klauter ik, de rots op. Geen idee hoe verder eigenlijk. Als ik boven sta kan ik altijd nog zien of ik spring. Toch?!
Onderweg ben ik een paar keer uitgegleden, ik heb me bezeerd, voel me geschaafd en toch stap ik door. Als ik dan eindelijk boven op de rots sta en naar beneden kijk word ik duizelig. Het is één groot gat. Ik heb geen idee of het 10 meter is of 100. Ik voel de neiging om plat op de rots te gaan liggen en dan heel voorzichtig over de rand te gluren. Maar als ik hurk voel ik ook meteen dat het alleen maar erger wordt. De gids staat achter me en zegt nogmaals ‘it’s so much fun’.
Kan hij ophouden? Gewoon zijn kop houden? Het is helemaal geen fun. Ik voel de tranen prikken. Lig op de bodem. Nog nooit heb ik zoveel verlammende angst gevoeld. En ik weet ook niet of ik nou beter vooruit kan stappen of achteruit moet gaan. Want stel dat ik naar beneden loop. Hoe doe ik dat dan? Het was al klauteren om hier te komen. Hoe ga ik dan naar beneden? Op mijn billen? Schuifelend? Verschillende scenario’s flitsen door mijn hoofd. Tjonge hier sta ik dan. Het avontuur lonkt én mijn angst is groot.
This is fun. Once in a lifetime.
Ik ga eraan. Ik ga door het putje.
Of toch niet?

Stel nou dat ik spring, bedenk ik me. Wat is dan het allerergste dat er kan gebeuren? Ik heb een wetsuit aan (ik noem het mijn reddingsvest).
Stel nou dat de klap hard aan komt. Dan heb ik dat pak aan. Zal niet geheel geschaafd uit de strijd tevoorschijn komen.
Stel nou dat ik verkeerd op het water terecht kom. Wat dan? Kan ik te pletter vallen?
Ik schat in van niet. De anderen hebben het ook allemaal overleefd. Bovendien zag het er in de rivier veilig uit. Geen uitstekende rotsen ofzo…
Het zal wel loslopen. Of toch niet?
Al deze gedachten razen door mijn hoofd en dan opeens herinner ik me ik voel wel angst, maar ik ben niet bang. Een zin die ik de afgelopen jaren regelmatig tegen mezelf heb gezegd. Een mantra. Richtinggever in woelige tijden.

Ik spring.
In het diepe.
En kom boven.

De deelnemer uit de groep vroeg me waarom ik sprong. “Het vertrouwen was groter’, zeg ik. ‘En het verlangen naar avontuur ook.’
“En hoe was het?” ‘Het duurde lang’ zeg ik.
Serieus dat was de gedachte die ik had toen ik sprong en wachtte totdat ik het water zou raken. Het zijn seconden geweest en toch duurde het lang. Omdat ik niet zag.
‘Maar ik had wel vertrouwen dat het water diep genoeg was’. (In het diepe springen is immers beter dan in ondiep water.) ‘De hang naar avontuur was uiteindelijk groter dan de angst’.

Of ik weer zal springen? Vast wel. Van een rots in een rivier die ik niet zie? Geen idee. Het zal van vertrouwen in mezelf en van mijn verlangen afhangen. Want dat weet ik wel. Als ik goed af kan stemmen op mezelf en mijn omgeving, dan zal mijn verlangen naar avontuur altijd groter zijn dan mijn angst. Dan ben ik niet bang.

 

 

Portfolio Items