De vos bij Dieren
De afgelopen zes maanden reis ik een paar keer per week met de trein naar Arnhem. Daar begeleid ik een team en hun leidinggevenden in een traject dat inmiddels bijna ten einde is.
Als het lukt, kies ik altijd dezelfde kant van de trein.
Vanwege DE VOS!
De vos die ergens in de weilanden tussen Dieren en Arnhem leeft.
Mocht je er langs reizen: het is een gebied met glooiende weilanden, afgewisseld met stukjes bos en velden vol wilde bloemen.
De eerste keer dat ik hem zag, tikte ik op het raam en riep: ‘Kijk, een vos!’
Mijn medereizigers keken op. Sommigen richtten hun blik naar buiten, maar de meesten keken eerst naar mij. Verbaasd. Licht geïrriteerd zelfs.
Een paar vrouwen verderop (leeftijdsgenoten:)) glimlachten vriendelijk en fluisterden: “Ja, mooi.”
Waarop ik enthousiast antwoordde: ‘Mooi hè? Daar word ik zó blij van.’
Ze knikten.
En verder bleef het stil.
Eerlijk gezegd begrijp ik dat nog steeds niet helemaal. Want daar liep een schitterend dier door een glooiend open veld. Zijn oranjebruine vacht lichtte op in de ochtendzon.
Ik vind dat dus indrukwekkend.
Sindsdien reis ik anders. Terwijl anderen werken, lezen of door hun telefoon scrollen, kijk ik uit het raam zodra we Dieren naderen. Mijn telefoon ligt binnen handbereik. Voor het geval dat.
Ik heb hem daarna nog één keer gezien, langs een bloemenweide. Maar de trein reed sneller dan ik kon reageren, dus een foto zat er niet in.
Nu zijn de laatste dagen van het teamontwikkeltraject aangebroken. Nog een paar ritten en dan eindigt deze periode. Dus zit ik verwachtingsvol aan dezelfde kant van de trein.
Hopend op nog één glimp.
Niet eens zozeer voor de foto, al zou dat prachtig zijn.
Maar vooral omdat zo’n onverwacht moment van verwondering iets in mij wakker maakt dat ik graag levend houd.












