Autonomie en Professionaliteit

‘Hoe autonomer je bent hoe professioneler je kunt zijn.’ Dat zijn de woorden waar een goede Pulsarvriend me weer aan herinnerde. Het is een uitspraak van een leraar van ons, lang geleden.

We hadden een gesprek over professionals in relatie tot werkgevers/opdrachtgevers. Over onduidelijkheid in rollen, uiteenlopende (niet matchende) verwachtingen en daaruit voortvloeiende weerstanden.
Ik vroeg me af hoe dat toch kan en ik puzzel daarin. Ik denk dat ik zelf helder ben in wat ik graag wil en toch overkomt het mij ook dat er onduidelijkheden zijn in de omvang of inhoud van een klus. Communicatie, blijkt maar weer, is lastig. Want hoe weet je zeker dat je elkaar verstaat? De ander kan zeggen ‘ik begrijp wat je bedoelt’, maar hoe weet je dat? En wat heb je daarin te doen?

Aan de mensen met wie ik samenwerk vraag ik ‘waar ben jij van’ en ‘waar ben jij niet van’? Stevigheid, helderheid en transparantie daarover ervaar ik als een verademing. Ik weet dan waar ik aan toe ben, kan zelf beslissen of ik verwachtingen bij wil stellen of een andere optie ga onderzoeken. Maar het overkomt mij dus ook dat het een beetje onduidelijk blijft ‘wat wel en wat niet’. En dat is niet handig, want bij de oplevering van het werk is dan uiteindelijk niemand blij. De ander kan het gevoel hebben van overvraagd worden en mijn vertrouwen in de deskundigheid van die persoon daalt omdat ik een ander eindbeeld had. Het is hard werken om dan weer in een goede flow met elkaar te komen. Zonde vind ik dat.

Hoe waardevol is het om jezelf én elkaar te bevragen. Waar kan ik jou voor inschakelen, hoe kan ik je helpen, wat heb je nodig? Door antwoorden te vinden op die vragen groei je persoonlijk én professioneel. Je energie kan zich steeds beter richten, je zelfvertrouwen groeit en je wordt steeds beter in het uitoefenen van je werk. Met name als de manier waarop, dus hóe je je professie ten uitvoer brengt, door jouzelf bepaald is. Authenticiteit en autonomie gaan hierin hand in hand. Die groei zet zich een leven lang voort als je je er voor open stelt. Je bent er dus niet met weten waar je van bent. Het gevaar schuilt er immers in dat het dan een kunstje wordt, iets mechanisch. Elkaar goed blijven bevragen helpt aan beide kanten. En als het niet helder is mag de blik heel eerlijk naar binnen worden gericht om te onderzoeken wat er aan de hand is. Soms is er werk aan de winkel, stuit je op weerstanden en is er sprake van groeipijn. Maar als je daar (met elkaar) doorheen durft te gaan groei je niet alleen persoonlijk, maar ook in je professionaliteit. Het lukt dan óók om zonder schroom te zeggen ‘en hier ben ik niet van’. Hoe mooi is het om daardoor ook steeds specifieker te worden met wie en voor wie jij wilt werken. De keuze is aan jou voor de juiste werkgever, opdrachtgever, opdrachtnemer, collega, klus, rol, functie of taak!

 

Werken vanuit talent is egoloos

Ik moet iets kwijt over talent.
Ik spreek veel mensen die op zoek zijn.
Op zoek naar ‘wie ben ik’, wat is mijn talent?
Op zoek naar de weg van succes.
Op zoek naar dé studie met een goed betaalde (bij)baan.
Goed klinkende functietitels en volop mogelijkheden om de treden van de succesladder naar hartelust te kunnen bewandelen.

Ik vraag dan meteen ‘is dat jouw definitie van succes?’ En meteen is daar bij de ander ook de vertwijfeling. Want ‘iedereen doet of wil dat toch?’
Het is een misvatting dat je talent alleen maar werkt als je eindelijk je droombaan hebt gevonden. Het is een misvatting dat werken vanuit je talent je status geeft. Zoals het ook een misvatting is dat de uitgifte van je talent stopt na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

We zijn allemaal geboren met een natuurlijk talent. Dat is prachtig. Jouw talent is altijd op zoek naar een afnemer, zoekt altijd naar een manier om ‘het’ uit te geven. Dat gaat een leven lang door, in welke omstandigheid dan ook.

Werken vanuit talent is egoloos. Talent gaat over eigenheid, niet over ego. Het doet er niet zozeer toe wát je doet, maar hóe je het doet. Als voorbeeld: mijn bezielertalent werkt volop als ik aan het schoonmaken of opruimen ben. Dat doe ik toegewijd en ik maak het mooier dan het was. Daar kan ik mezelf helemaal in verliezen, dus het is ook oppassen geblazen. Want dat is een valkuil; gieteren of eindeloos uitgeven van je talent. Het is een kwestie van ‘je ding doen’ en niet meer dan dat. En ook om iedere keer jezelf af te vragen ‘wat heb ik nu te geven?, hoe ga ik het nu aanpakken?’ Als je werkt vanuit je talent ga je niet op de routine, er zit iedere keer een vernieuwingsimpuls in. Je kunt doodop raken van werken vanuit je talent als je niet alert blijft!

Ik begrijp het verlangen goed rondom ‘weten waar jij van bent’. Graag help ik om daar meer zicht op te krijgen. Maar dan wel met antwoord op mijn vraag ‘wat doe je in de tussentijd?’ Wachten tot dé droombaan of dé studie ineens voorbij komt? Of steek je je handen uit de mouwen? Want dáár ben ik op uit. Dat jij je bed uit komt met de intentie om er iedere dag wat van te maken.
Ik denk oprecht dat je beter af bent als je werkt, een ritme hebt, contacten hebt buiten de intieme privésfeer. Voor de goede orde; met werk bedoel ik alle taken of klussen. Betaald of onbetaald.
Het gaat er volgens mij om dat je van betekenis bent voor anderen en je leefomgeving. Door egoloos te geven vanuit je talent. Dat is volgens mij de essentie van leven.

Dwarsliggen…

Tijdens de voorbereidingen van ons programma On Track horen we nogal wat van jongeren. Opmerkingen en perspectieven die door volwassenen naar hen geuit worden als ze het even niet weten. Meestal met goede bedoelingen, uit liefde en ter stimulans.

En toch dacht ik na onze inloopavond voor jongeren gisteravond ineens aan mijn eerste rapport van de basisschool. Klas 1, dat is nu groep 3. Ik deed het best goed op school. Er stonden allemaal voldoendes op mijn lijst. Goed bestond toen nog niet. Althans niet op onze school. Naast mijn lijstje stond ‘Als ze geen zin heeft kan ze erg dwars zijn’.
Ik weet nog dat het me raakte toen ik dat schoolrapport later nog eens onder ogen kreeg. Wat had ik niet goed gedaan? Ik herinnerde mezelf als lief, behulpzaam, onbevangen en ‘in’ voor avontuur. Een dromer ook; die reisjes maakte naar andere werelden als de juf of meester lang aan het praten was. Heerlijk ging ik van het ene plaatje naar het andere. Daar kun je druk mee zijn. Dus een lesuur vloog voorbij. Soms schrok ik wel als het ineens stil was en dan moest ik vaak mijn klasgenootjes (we waren met z’n 6-en) vragen wat we moesten doen. Maar het kwam altijd goed met mijn werkjes.
Vandaag bladerde ik door het rapportenboekje en eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik op het onderdeel ‘belangstelling’ de hele schoolperiode ‘zwak’ of ‘matig’ heb gescoord. Maar nu denk ik ‘over wie zegt dat wat eigenlijk?’

Ik ben blij dat ik de waarde van mijn verbeeldingskracht heb ontdekt. En ook van het ‘dwarsliggen’. Hoe fijn is het om zelf uit te vinden, af te wijken van gebaande paden en te spelen. Mooie avonturen beleef ik daardoor. Ik kom écht in beweging als ik de ‘zin’ zie of voel. En als dat er nog niet is blijf ik gewoon waar ik ben (chillen heet dat ook wel). Dus tja ik snap ‘die jongeren van tegenwoordig’ wel. Die liggen niet dwars. Die willen wat anders. Die willen niet moeten. Die willen kunnen, mogen, doen… Die willen avonturen beleven, spelen, het zelf uitvinden. Of wat anders…

Nu ik nog een keer naar dat ene zinnetje kijk denk ik ‘wat tof dat die juf de kwaliteit in mij al heel vroeg heeft gezien.’ 🧚‍♀️

Veren op mijn pad

Ze begonnen me een paar jaar geleden op te vallen. De veren die op mijn pad liggen.
In allerlei kleuren, soorten en maten.
De eerste keer dat ik bewust een veer op pakte herinner ik me nog goed. Ik zat te malen. Terwijl ik de veer zorgvuldig schoon veegde werd het rustig in mijn hoofd. Ik herinnerde me ineens ‘het ene’ uit die stroom aan gedachten.
De veer hielp me om te focussen.
‘Hier gaat het dus om’, dacht ik.
Een wonderlijke ervaring, vond ik.
De veer stopte ik in mijn tas.

Sindsdien zie ik veren als hulpmiddelen om uit de ratrace te stappen. Zelfs als ik op de fiets zit stop ik als ik een veer zie. Terwijl ik af stap denk ik ‘waar dacht ik aan?’ En dan veeg ik de veer schoon en bewonder hem.
Veren zijn zacht en teer. Stevig en sterk.
Er zit vaak een mooie glinstering in, ook aan de onderkant. De kleuren tekenen scherp af of vloeien in elkaar over.
Pure schoonheid.
Hoe is het mogelijk denk ik dan.
En ik herinner me ‘het ene’.

De mythe is dat veren tekenen van de engelen zijn. Iedere veer heeft, afhankelijk van kleur en afkomst, een eigen betekenis.
Of de mythe nou waar is of niet, veren helpen mij in mijn bewustwording. Ze vergroten mijn waarneming. Niet door ze te zoeken. Het voelt andersom. Ze vinden mij. Ineens is er pats een veer. En dát maakt mij bewust in het moment.
Ik ben, nu een paar jaar later, nog iedere keer enthousiast als ik een veer zie liggen.
Ze zitten in mijn tassen en jaszakken. Thuis leg ze in schaaltjes of ik zet ze in vaasjes. Er zijn er zoveel inmiddels…

“Wat heb jij met veren?” vragen mensen mij.
‘De veren brengen mij in vervoering en verwondering’, zeg ik dan. ‘Maar bovenal maken me wakker. Ze zetten me met de voeten op de grond als ik aan het malen of afwezig ben…’

Waarom zijn de bananen krom?

Een kinderlijke vraag. Een vraag waar ik altijd van moet glimlachen.
Je kent vast het eindeloze ‘waarom-men’ van kinderen om je heen. Misschien herinner je jezelf nog toen je als kind in de waaromfase zat. Misschien herinner je de frustratie nog als je geen bevredigend antwoord kreeg…
‘Waarom’ dwingt de ander om na te denken en om uit te leggen. Misschien word je er gek van als een kind alsmaar vraagt ‘waarom’? Soms is het immers fijn dat hij of zij gewoon doet wat gevraagd wordt. Soms heb je er even geen zin in om antwoord te geven op die vraag. En toch. Hoe rechtvaardig is het om nieuwsgierigheid – het echt willen weten – de kop in te drukken en de ander te dwingen om te volgen?

Hoe kan het dat we als volwassenen zo gemakkelijk dóen zonder ons af te vragen ‘waarom?’.
Omdat het moet? Omdat het gevraagd is?
Zeg nou eerlijk hoe vaak stel jij jezelf de waaromvraag?
Waarom doe je de dingen die je doet? Waarom kom je je bed uit? Waarom blijf je in een situatie zitten die je helemaal niet fijn vindt?
Waarom?

‘Waarom?’ is misschien wel de mooiste en belangrijkste vraag die je kunt stellen. Aan jezelf, aan je geliefden, aan je team, aan je leidinggevende, aan je organisatie. Het is een oprechte, en daarmee een liefdevolle, vraag die een ander aan jou kan stellen.
Waarom geeft richting.
Altijd.

Een organisatie die helder heeft waarom zij bestaat trekt de mensen en de klanten aan die bij haar horen. Een team dat staat voor een specifieke uitdaging heeft meer aan een antwoord op ‘waarom’ dan aan een instructie wat ze moeten doen en hóe. ‘Waarom’ geeft ze informatie wat het doel is van de uitdaging. Hoe ze het uit gaan voeren en wat ze daarbij expliciet gaan doen, of niet, dat kunnen ze allereerst zelf wel invullen. Als ze zich met hart en ziel hebben verbonden aan de organisatie dan doen ze de dingen die goed zijn, op een manier die goed is. Een krachtig team vaart wel op basis van vertrouwen en het benutten van het aanwezige talent. Waar ze uit moeten komen, dus wat het doel of de bestemming van de reis is, dat is van belang. Aankomen in een verkeerde haven is immers niet wat een leider, in dit geval de kapitein, voor ogen heeft. En toch gebeurt het. Teams die in de verkeerde haven terecht komen of die dwalen op open zee. Mensen die op de verkeerde boot zijn gestapt. Organisaties die alsmaar van koers veranderen omdat de bestemming niet (meer) helder is.

Als jij jezelf afvraagt waarom je doet wat je doet weet jij of je op koers ligt, of niet.
Waarom zou je niet wat vaker stil staan bij waarom? Ik geloof oprecht dat het helpt in het nemen van beslissingen. Of ze nou groot of klein zijn. Ik geloof ook echt dat je meer tijd en ruimte zult ervaren als je jezelf antwoord geeft op ‘waarom?’.
Waarom zou je dingen doen die voor jou of je omgeving geen toegevoegde waarde hebben? Waarom steek je tijd in mensen of in werkzaamheden die je meer energie kosten dan energie geven? Waarom kies je voor angst voor het onbekende in plaats van voor liefde voor avontuur? Waarom?

Ik wens je veel ‘waarom-men’ toe. Bevraag jezelf en de ander totdat je een helder antwoord hebt. Dan hoef je niet meer te dwalen, dan stap je op de juiste boot. Dan kun je na je reis zeggen ‘het was weer een mooi avontuur, bestemming bereikt!’.

Jij bent het

Is er onderscheid tussen mij en mijn werk? Of tussen mij en ‘mijn’ bedrijf? Een vraag die me al lang puzzelt. We vinden het immers belangrijk om privé en werk te scheiden. Al is dat wel lastiger geworden sinds de opmars van e-mail en sociale media. Ja ik kom nog uit de tijd dat e-mail uitgevonden werd. Op mijn 38e kreeg ik mijn eerste mobiele telefoon en dat vond ik een ramp. Ineens was ik altijd bereikbaar (als ik hem aanhad tenminste), kreeg er stress van (omdat ik berichten ontving waar ik wat mee moest als ik toch even niet bereikbaar was). Ineens was er geen strak begin en einde van mijn werkdag.
Ik kon ineens werken op het moment dat ik inspiratie voelde. Ik kon ook ineens op andere plekken werken dan op het kantoor. De dongel voor mijn laptop was ook een uitvinding.
Er brak een andere tijd aan. Een tijd waarin het een uitdaging werd om voldoende rust te nemen. Niet de hele dag ‘aan’ te staan. Tijd te nemen om op te kunnen laden en nieuwe inspiratie op te doen.

En hoe zit het dan met de dingen die je doet? Is er onderscheid te maken tussen jou en die dingen?
Zelf kan ik zeggen dat ik in de gelukkige omstandigheid ben dat ik het allerleukste werk van de wereld heb en dat ook nog eens op de allerleukste plek kan uitvoeren. Voorheen was ik ook enthousiast over de dingen die ik deed. Werkte altijd graag. Voelde me betrokken en was loyaal. Maar er knaagde ook altijd iets vanwege idiote reorganisaties, onbegrip en onrust in de wandelgangen vanwege de alsmaar toenemende druk op declarabiliteit en prestatie. Wat wij er allemaal van vonden daar werd niet naar gevraagd. ‘Ze’ hadden besloten dat het anders moest. Sneller, efficiënter, gericht op korte termijn. Niks mis mee ogenschijnlijk, maar zo werd ook langzaam de ziel uit de organisatie gesneden. Lange termijn kwam op de lange baan. De ruimte om nieuwe dingen uit te proberen werd gereduceerd tot 0. Dat het niet goed is gegaan met de organisatie dat is een logisch gevolg.
Als ik er op terug kijk herinner ik me vooral het continue gevoel van verlies, vermoeidheid, onmacht. Verdrietig werd ik ervan. Moedeloos ook. En het allerergste, ik was 35 jaar en had het idee ‘Wat kan ik nog als ik deze baan kwijt raak? Wie zit er nog op mij te wachten?’
Vanuit een impuls ben ik een coachingsopleiding gaan volgen. Ik had behoefte aan een intensief loopbaantraject voor mijzelf en ik dacht ‘wie weet kan ik daar wat mee in toekomstig werk’. Een schot in de roos. Ik voelde me helemaal op mijn plek in de wereld van coaching en training en het duurde niet lang voordat ik de stap maakte naar zelfstandig ondernemerschap. Ik nam zelf ontslag, vlak voor weer een nieuwe ronde van gedwongen ontslagen.
De zelfgecreëerde baan en werkomgeving is wie ik ben. Ik bén het werk dat ik doe. Onderscheid tussen werk en privé is er niet. Tenminste niet in de zin van de deur dicht trekken en de volgende dag wel verder zien. Ik kan de deur van mijzelf niet dichttrekken. Ik kan mezelf wel terugtrekken. Ruimte nemen op momenten dat ik daar behoefte aan heb. Zo lang dat kan klopt het. Stroomt het. Zit ik in flow. Ben ik congruent met wat in mij is en wat ik doe.

Misschien herken je iets uit bovenstaande schets. Misschien knaagt er iets, maar weet je niet goed hoe je het aan moet pakken. Mijn beste tip aan jou is: weet wie je bent. Als jij je niet meer wilt laten leiden door de waan van de dag, maar zelf aan het roer van je leven wilt staan is de eerste stap het opdoen van zelfkennis.
Ontdek wie jij in wezen bent, ‘waar jíj van bent’, wat je beweegt en wat jij teweeg wilt brengen. Wat inspireert je, waar krijg je energie van en hoe wil je anderen inspireren? Waar ben jij niet van? Wat ligt je niet?
De antwoorden op deze vragen geven jou richting. Het is je kompas hoe je het beste uit jezelf kan halen, hoe je jouw eigenaarschap kunt vergroten en echt verantwoordelijkheid kunt nemen voor de dingen die je doet en die voor jou belangrijk zijn.
Je krijgt helderheid in wat jou uniek maakt, wat jou signatuur geeft. Het brengt je bij je diepe drijfveren en naar de kern van jouw verhaal en van jouw professie.

Zie jouw professie als ‘onderneming’ Of je daadwerkelijk een eigen bedrijf hebt of in loondienst bent doet er niet toe. Wie jij bent en waar jouw onderneming voor staat dat is één. Er is geen onderscheid.
Jij bent het!

Eigenaarschap en samenwerken

Het komt vrijwel elke dag voorbij. Eigenaarschap en hoe werken we samen.
Terugkerende onderwerpen in ons eigen team en in de teams die we vanuit onze professie begeleiden.
Je kent het vast. Taken die niet worden gedaan omdat de één denkt dat de ander het wel oppakt. Omdat de ander denkt als ik niets hoor dan zal het wel lopen allemaal…
Soms loopt het niet. Of het loopt dubbel. Er ontstaat verwarring, ergernis, onmacht. Tussen collega’s onderling of bij de leiding. We plannen het zoveelste overleg waarin we voor nu en altijd eens goed afspreken ‘wie wat gaat oppakken’. Kortom, we maken takenlijstjes, to-do-lijstjes, notulen, e-mails.
En dan loopt het… toch niet helemaal. In het dagelijkse blijven er toch nog kruimels liggen en ontstaan er open eindjes. Omdat nou eenmaal niet letterlijk aan iedere handeling of taak is gedacht. De kruimels zijn niet fris en niet fijn. De open eindjes komen maar niet af.

Bij eigenaarschap denkt menigeen aan feitelijk of materieel eigenaarschap. Zoals een ondernemer eigenaar is van een bedrijf. Een jongen eigenaar is van zijn brommer. Een vrouw eigenaar is van haar huis. Allemaal waar en allemaal tamelijk concreet.
Maar hoe zit het dan met eigenaarschap ín je werk? Hoe kun je eigenaar van iets zijn zonder dat je het bezit?
Om het te verhelderen noem ik het geestelijk eigenaarschap. Dat gaat voorbij de vorm. In de vorm zit meer het feitelijke eigenaarschap (zoals het bedrijf, de brommer, het huis). In geestelijk eigenaarschap zit jouw spirit, jouw idee over iets, jouw aandacht en jouw focus. Jij hebt het eindbeeld. Denk als voorbeeld aan de verzorging van mevrouw Pieterson, de communicatie-uitingen via sociale media of de nieuwe werkprocedures. Dit klinkt best zwaar en het kan een immens gevoel van verantwoordelijkheid met zich mee brengen als je het letterlijk zelf in gaat vullen. Maar geestelijk eigenaarschap moeten we niet verwarren met alles zelf moeten doen. Het gaat er bij geestelijk eigenaarschap om dat er 1 iemand is die het eindbeeld over iets heeft. Die daarin energetisch voorop gaat, die een stukje verder is vanwege het eindbeeld. Diegene ziet dus voor zich hoe de zorg van mevrouw Pieterson eruit ziet (wat er gedaan moet worden, hoe vaak, wat voor mensen er nodig zijn), ziet de communicatie-uitingen via sociale media voor zich (welke thema’s, welke planning, welke kanalen), ziet voor zich hoe collega’s kunnen werken met nieuwe werkprocedures (waarom, hoe en wat)… Een geestelijk eigenaar van iets kan van daaruit taken uitbesteden. Dat is ook vaak wenselijk. Al is bij het uitbesteden van taken ook meteen een ander weer geestelijk eigenaar van iets. Dus van een (nog) kleiner onderdeel.
En hier gaat het vaak mis. Omdat we denken het is maar 1 taak, dus hoe belangrijk kan dat zijn? Of moet ik daar de verantwoordelijkheid voor dragen? Of het is niet mijn verantwoordelijkheid want die ander heeft het hele onderdeel onder zijn hoede. Hij of zij is in the lead. Hij of zij wordt daarvoor betaald. Enzovoort.

De eindverantwoordelijken, managers, leidinggevenden, zijn inderdaad geestelijk eigenaar van een groter onderdeel. Maar daarnaast is iedere medewerker eigenaar van iets. Eigenaar van een takenpakket, eigenaar van een specifieke klus, een specifiek onderwerp. Het vraagt om durf en erkenning om dit goed in te vullen. De durf om verantwoordelijkheid te nemen. De durf om verantwoordelijkheid te delen. Erkenning dat je de ander nodig hebt op onderdelen. Erkenning dat je ergens voor gaat staan. Erkenning van het talent en de kwaliteiten van elkaar. Erkenning ook van dingen die (nog) niet goed lopen.

Opvallend vind ik het hoe moeilijk we het met elkaar vinden om eigenaarschap in samenwerken goed in te vullen. Hoe gemakkelijk mensen de deur dicht lijken te trekken en morgen wel weer verder zien. Hoe gemakkelijk de vinger naar de ander wordt gewezen als iets niet gedaan is. Hoe snel voorbij gegaan wordt aan de eigen rol in het geheel.
Wat nou als je daar mee begint? Als je jezelf de vraag stelt wat had ik hierin kunnen of willen doen? En wat nou als jij heel expliciet aan gaat geven ‘laat mij dit doen, ik ben hier van!’ Volgens mij maakt deze insteek het verschil. Kan er alleen op deze manier een geolied team ontstaan. Een team dat goed op elkaar is ingespeeld. Een team waarin de leden op elkaar kunnen bouwen en waarin vertrouwen heerst. Ik vind het een mooi onderwerp tijdens onze teamtrainingen. Het komt vast en zeker ook weer op de agenda van ons volgende teamoverleg. Opdat wij blijven leren hierin en onszelf blijven uitdagen om ergens helemaal voor te gaan en te gaan staan. Dat geeft helderheid. Dat geeft rust. En het is een bron van (zelf)vertrouwen.

Toch niet door het putje

Angst voelen, op de bodem liggen en toch niet door het putje gaan. Hoe bijzonder om te ervaren hoe je jezelf bijeen kan rapen in slechts een aantal ogenblikken. Een kwestie van mindset?

Ik vertelde er deze week over tijdens een training.
Het is inmiddels bijna een jaar geleden dat ik op reis was in India. We gingen raften over de Ganges. Stoer, sportief en gelukkig, zo voelde ik me. Comfortabel in een wetsuit, de peddel stevig vast om de golven en de stroomversnellingen te verslaan. Een welkome afwisseling van de immense indrukken in een immens land dat door de inwoners en reizigers liefdevol ‘Incredible India’ wordt genoemd.

Onderweg stoppen we bij een soort van ‘strandje’. Een prachtige omgeving. Tintelend fris blauwgroen water. De rotsen om ons heen immens hoog (denk ik).
Hoe dan ook, het is adembenemend en magisch.
Locals hebben aan de oever plekken gecreëerd waar ze kleine maaltijden bereiden. Het eten ruikt heerlijk en het ziet er verrukkelijk uit. We hebben hard gewerkt, vind ik, dus ik neem 2 porties. De anderen uit de boot zijn niet gestopt om te eten. Ze lopen naar de hoogste rots. Daar kunnen we van afspringen…
‘So much fun’ zegt de gids.
Ik staar omhoog.
Hoe hoog is het eigenlijk? Ik zie weinig hoogte of diepte (dat is een beetje een handicap zo nu en dan…).
“Serious? Is this fun?”
Ik weet het niet.
En ik bedenk me dat ik wel filmpjes ga maken. Hoe leuk is dat?!

Het springen is leuk. Aan het gegil en gejoel te horen.
‘Je moet dit echt meemaken. Doodzonde als je het nu niet doet. Ga gewoon mam’, zegt ze.
En dus loop ik, nou ja klauter ik, de rots op. Geen idee hoe verder eigenlijk. Als ik boven sta kan ik altijd nog zien of ik spring. Toch?!
Onderweg ben ik een paar keer uitgegleden, ik heb me bezeerd, voel me geschaafd en toch stap ik door. Als ik dan eindelijk boven op de rots sta en naar beneden kijk word ik duizelig. Het is één groot gat. Ik heb geen idee of het 10 meter is of 100. Ik voel de neiging om plat op de rots te gaan liggen en dan heel voorzichtig over de rand te gluren. Maar als ik hurk voel ik ook meteen dat het alleen maar erger wordt. De gids staat achter me en zegt nogmaals ‘it’s so much fun’.
Kan hij ophouden? Gewoon zijn kop houden? Het is helemaal geen fun. Ik voel de tranen prikken. Lig op de bodem. Nog nooit heb ik zoveel verlammende angst gevoeld. En ik weet ook niet of ik nou beter vooruit kan stappen of achteruit moet gaan. Want stel dat ik naar beneden loop. Hoe doe ik dat dan? Het was al klauteren om hier te komen. Hoe ga ik dan naar beneden? Op mijn billen? Schuifelend? Verschillende scenario’s flitsen door mijn hoofd. Tjonge hier sta ik dan. Het avontuur lonkt én mijn angst is groot.
This is fun. Once in a lifetime.
Ik ga eraan. Ik ga door het putje.
Of toch niet?

Stel nou dat ik spring, bedenk ik me. Wat is dan het allerergste dat er kan gebeuren? Ik heb een wetsuit aan (ik noem het mijn reddingsvest).
Stel nou dat de klap hard aan komt. Dan heb ik dat pak aan. Zal niet geheel geschaafd uit de strijd tevoorschijn komen.
Stel nou dat ik verkeerd op het water terecht kom. Wat dan? Kan ik te pletter vallen?
Ik schat in van niet. De anderen hebben het ook allemaal overleefd. Bovendien zag het er in de rivier veilig uit. Geen uitstekende rotsen ofzo…
Het zal wel loslopen. Of toch niet?
Al deze gedachten razen door mijn hoofd en dan opeens herinner ik me ik voel wel angst, maar ik ben niet bang. Een zin die ik de afgelopen jaren regelmatig tegen mezelf heb gezegd. Een mantra. Richtinggever in woelige tijden.

Ik spring.
In het diepe.
En kom boven.

De deelnemer uit de groep vroeg me waarom ik sprong. “Het vertrouwen was groter’, zeg ik. ‘En het verlangen naar avontuur ook.’
“En hoe was het?” ‘Het duurde lang’ zeg ik.
Serieus dat was de gedachte die ik had toen ik sprong en wachtte totdat ik het water zou raken. Het zijn seconden geweest en toch duurde het lang. Omdat ik niet zag.
‘Maar ik had wel vertrouwen dat het water diep genoeg was’. (In het diepe springen is immers beter dan in ondiep water.) ‘De hang naar avontuur was uiteindelijk groter dan de angst’.

Of ik weer zal springen? Vast wel. Van een rots in een rivier die ik niet zie? Geen idee. Het zal van vertrouwen in mezelf en van mijn verlangen afhangen. Want dat weet ik wel. Als ik goed af kan stemmen op mezelf en mijn omgeving, dan zal mijn verlangen naar avontuur altijd groter zijn dan mijn angst. Dan ben ik niet bang.

 

 

Talentvraag: Wat wil ik nou écht?

In onze ontwikkeltrajecten gaan we op zoek naar jouw ware talent. Dat stukje in jezelf waarin je energie als vanzelf begint te stromen. Iédereen heeft deze bron in zich. Hij wordt aangeboord als je doet wat écht bij je hoort. Zonder er over na te denken, vanuit een natuurlijkheid. Ik krijg in de programma’s vaak de vraag: ‘Hoe weet ik dan wat ik wil?’. Een vraag die zich moeilijk laat beantwoorden als je opgeslurpt wordt door werk, verantwoordelijkheden en verwachtingen.

De weg naar ‘wat je wilt’ wordt vaak vertroebeld door ideeën die je over jezelf of over je leven hebt. Dat je iets niet kan bijvoorbeeld. Of dat je maar ‘normaal’ moet doen. Dat er geen tijd of geen geld is. Vooral in dat laatste herkennen veel mensen zich. Wie is er nou niet druk-druk-druk? Het leven kan soms heel veeleisend zijn. Het vraagt moed en liefde voor jezelf om even uit de ‘ratrace’ te stappen. Om met jezelf bezig te zijn.

Stilstaan is de enige manier om te ontdekken waar jij écht van bent. Als jij kunt stilstaan, zullen je dromen en wensen zich laten zien. Misschien ben je wel op een plek waar je minder wordt geremd door ingesleten overtuigingen. Maak er gebruik van door af en toe even helemaal niets te doen. Ja écht: helemaal niets. Ervaar wat er gebeurt en ontdek wat je te doen hebt!

Warme groet,

Bernadet

 

 

Talentvraag: Wat houdt je tegen?

In mijn eerdere blogs heb ik uitgelegd hoe talent voor jou kan werken. Hoe het energie losmaakt en je beweegt in de juiste richting. In deze blog ga ik het over een andere kracht hebben. De kracht die je remt.

Wie kent het niet? Je bent ergens enthousiast over, begint er misschien zelfs aan, maar gaandeweg haak je af of raak je uit het ritme en krijg je draad niet meer opgepakt. Je oorspronkelijke motivatie glipt als het ware door je vingers. En als je er later over nadenkt weet je niet meer precies waardoor het kwam. Voor je het weet ben je teleurgesteld in jezelf. Laat ik je geruststellen: dit overkomt iédereen. Er is namelijk geen enkele ontwikkeling denkbaar zonder tegenkracht.

Om te bereiken wat je wilt is het net zo belangrijk om je tegenkrachten als je krachten te kennen. Bij de Droom noemen we datgene wat je tegenhoudt je ‘draken’, ofwel je saboteurs. Wéten wat je tegenhoudt helpt je om remmende patronen te herkennen en erkennen. Door ze te zien en te laten zijn worden ze minder krachtig.

Wil je jouw draken in beeld krijgen, vraag je dan af wat je vaak tegen jezelf zegt of wat je jezelf alsmaar ziet doen. Welke saboterende gedachten of patronen dienen zich steeds maar weer aan als je met iets aan de slag gaat of wilt gaan? Bekijk ze eens vanaf een afstand. In alle eerlijkheid en zonder oordeel. Probeer te achterhalen wat de gedachten met je doen. Dit is het begin van het temmen van je draken. Later meer hierover!! Ik wens je een dappere zoektocht.

Warme groet,

Bernadet