Kracht van eenvoud

Eind 2015 schreef ik een artikel voor Coachlinkmagazine. Het thema van het eindejaar was ‘Kracht’ en daar heb ik lang mee geworsteld. Ik had allerlei associaties met ‘kracht’ zoals de veel gebruikte uitspaak “in je kracht staan”. Een open deur en dooddoener voor en door coaches, vind ik. Dus worstelde ik waar mijn artikel over zou kunnen gaan binnen dit thema.
Het antwoord kwam toen ik mijn oma bezocht op haar sterfbed. Ik herinnerde me weer het gesprek dat ik jaren daarvoor met haar had gehad. Er is veel veranderd sinds dat gesprek.

Uiteindelijk schreef ik een artikel dat gaat over de kracht van eenvoud. En ik vind het passend om hem (nogmaals) onder de aandacht te brengen nu de wereld er heel anders uit ziet dan wij konden of wilden zien, zo kort nog maar geleden. Wellicht kun je er inspiratie uithalen. Om richting te vinden als je geen idee hebt welke kant je op moet. Welke kant ‘het’ op moet.

Sinds ik het een beetje door heb zie ik het. Of anders gezegd: doordat ik het zie heb ik het een beetje door. *
Sinds ik ‘het’ wat meer door heb leef ik meer en meer ‘in het kleine’. Dat kleine is overigens best groots. Ik noem het zo omdat het vooral om ‘veel minder’ gaat. En dat is hartstikke prima. Toen ik op een woonark ging wonen heb ik die naar mijn oma vernoemd (woonarken en woonboten hebben nou eenmaal een naam). Van Douwe naar Albertje, hahaha. Dat is overigens ook mijn officiële naam en daar lach(t)en we om. ‘Stomme naam hè’ zei ze vaak tegen me. Inmiddels ben ik daar niet meer zo zeker van. Met zo’n inspiratiebron is de naam zo gek nog niet.
Eenvoud is ook zo gek nog niet. Zie ik nu. Het artikel schreef ik in 2015, het gesprek met mijn oma dateert van 2009. Toen zat ik nog in een andere flow.

Volledige tekst Coachlinkmagazine december 2015:

GROOTS IN EENVOUD

Bijna iedere dag verwonder ik me er wel een beetje over: het fenomeen gehechtheid. Vooral over de mate van gehechtheid. Gehechtheid aan zekerheden, materieel bezit, geld, een functie, een ‘positie’, een titel … We willen liefst meer, zeker niet minder. Zaken die kennelijk van jongs af aan al nastrevenswaardig zijn vanwege het idee (of de belofte?) van een goed leven, een gelukkig leven, een succesvol leven. Elementen waarmee we ten opzichte van elkaar kunnen meten hoe goed we het doen. Dat we van waarde zijn.

Nog nooit zag ik zo veel (jonge!) mensen verstrikt raken.
Verstrikt in een ‘alsmaar moeten’, een grote druk om ‘iets’ te bereiken of ‘iets’ in stand te houden. Het beste antwoord op verstrikt zijn, begint met onthechten. Onthechten van heel veel zaken en daarmee loskomen van heel veel gedoe en ‘moeten’. Waar het in de kern over gaat – wat ertoe doet – kunnen wij dan goed gaan zien. Terug dus naar de eenvoud. Mijn oma was daar groots in. Zij was een bijzondere krachtige vrouw en is voor mij een inspiratiebron.

‘Kind wat stel je toch een moeilijke vragen.’

Ik vroeg haar: ‘Wat zou je zijn geworden als je niet op de boerderij terecht was gekomen?’ Ze keek me lang aan en zei toen oprecht verbaasd: ‘Kind wat stel je toch een moeilijke vragen.’
Het was in 2009 (nu zo’n zes jaar geleden) dat ik haar deze vraag stelde. Ik zat bij haar in haar kleine aanleunwoning en we dronken koffie. De kopjes waaruit we dronken, kende ik nog uit mijn kindertijd. Net als de stoelen, de bimbamklok en de kabinetkast met grote deuren waarachter heel veel laden verborgen zaten. Mijn oma was toen 86 jaar en een klein jaar daarvoor was ze verhuisd van haar boerderij naar deze plek. Het ging niet meer op de boerderij nadat ze lelijk was gevallen op de deel. Er was daar te veel werk en hier was hulp aanwezig van het verzorgingstehuis mocht ze dat nodig hebben. Ze vond het fijn om hier te wonen omdat ze zo het dorp in kon wandelen voor wat kleine boodschappen. Al miste ze de paarden wel. Ze dronk iedere dag koffie in het aangrenzende verzorgingstehuis en ze deed graag mee aan de activiteiten die er georganiseerd werden.

Het duurde even voordat ze antwoord gaf op mijn vraag. We zaten een poosje stil voor ons uit te kijken en toen zei ze ineens: ‘Ik denk dat ik waarschijnlijk gezinnen zou hebben geholpen die het moeilijk hadden, bijvoorbeeld omdat de moeder ziek was.’
Ik vond het mooi; zowel haar inspanning om antwoord te vinden op mijn vraag als het antwoord dat ze gaf. Ik kon het me voorstellen, dat haar hart en energie zou uitgaan naar mensen in haar omgeving die een steuntje in de rug goed konden gebruiken.

Het maakte me nieuwsgierig, ik vroeg me af wie de vrouw achter mijn oma was.

Het ontroerde me ook een beetje dat een vraag, die voor mij zo vanzelfsprekend is, zo lastig voor haar was om te beantwoorden. Het maakte me nieuwsgierig, ik vroeg me af wie de vrouw achter mijn oma was. Achter de boerin zoals ik haar zo goed kende. En hoe deed ze dit? Met dit bedoel ik het leven aannemen zoals het is. Tevreden zijn dat het loopt zoals het gaat, gaat zoals het loopt.

Oma trouwde met een boer en dus werd zij daarmee automatisch boerin. ‘Het was gewoon zo, ik heb me nooit beziggehouden met wat ik wilde worden.’
Voor zover ik weet heeft mijn oma geen wensen gehad van verre reizen, een nieuwe bank of leuke schoenen … Ik heb haar daar weleens naar gevraagd. Omdat ik er zelf zo dol op ben. Maar zij had niet zulke wensen, zei ze. Ze snapte überhaupt niet dat ik op ‘die schoenen’ kon lopen.
‘Kind wat heb je mooie schoenen aan, maar dat je daar op kan lópen!’

Het Ot-en-Sien-huis

Het ‘Ot-en-Sien-huis’ waarin ze het grootste deel van haar leven heeft gewoond, kreeg gewoon een nieuw behangetje als het oude door vocht geel was geworden en omkrulde in de hoeken. Het Ot-en-Sien-huis was een oude pachtboerderij op het Drentse platteland met verzakte gevels en houten vloeren die onder je voeten bewogen. Op de deel was een soort van badkamer gemaakt; een douche met een gordijn, en dat was goed genoeg. Het meubilair was nog lang niet versleten, dus er was geen reden om het te vervangen. Oma was tevreden met het leven dat ze leidde, de omstandigheden waren goed genoeg. Sober, maar er was genoeg te eten en iedereen was gezond en dat was volop reden om tevreden te zijn.

Mijn oma werkte dus tot op hoge leeftijd elke dag

Een aantal jaren nadat mijn opa en oma gestopt waren met het melken van koeien is de boerderij door de pachter verkocht. Een echtpaar ‘uit het westen’ heeft de authentieke boerderij grondig gerenoveerd en van alle gemakken voorzien. De deel werd een woonkamer en dat maakte op een gekke manier wel indruk op mijn opa en oma. Vanwege de enorme inspanning en kosten die het met zich meebracht.

Zij zijn zelf toen verhuisd naar een boerderij een paar honderd meter verderop. Deze boerderij was weliswaar eenvoudig, maar geïsoleerd (dus geen vergeeld en omkrullend behang meer), voorzien van een badkamer met tegels aan de muur én hij beschikte over een grote deel en een paar stallen. Dat laatste was het belangrijkste, zo kon ‘het boeren’ met de paarden, konijnen en kippen in ieder geval voortgezet worden. Oma verzorgde de dieren, de stallen, deed het huishouden en het werk op het erf. Het enorme gazon heeft ze tot in lengte van dagen eigenhandig gemaaid.

Mijn oma werkte dus tot op hoge leeftijd elke dag. Met een vast dagritme. Om tien uur koffie met een plak koek erbij. Tussen de middag een warme maaltijd en om drie uur thee. ’s Avonds werd er brood gegeten. Dit ritme, dat voortkwam uit de tijd van koeien melken, heeft ze altijd kunnen aanhouden. Zelfs in het verpleeghuis waar ze de laatste maanden woonde.

De enorme kracht en veerkracht die voortkomen uit eenvoud.

Mijn oma is op 24 augustus 2015 op 92-jarige leeftijd overleden. De avond voor haar overlijden was ik lang bij haar. Ik zat bij haar op bed en hield haar hand vast. Ze was al niet meer aanspreekbaar en herhaalde alsmaar een voor mij onverstaanbare zin. Ik ben tegen haar gaan praten. Heb herinneringen opgehaald en heb verteld hoe trots ik op haar was. (Gelukkig had ik dat eerder ook al gedaan.) Ze werd rustig van mijn stem en mijn aanrakingen. Zoals ze daar lag, was ze precies de oma die ik mijn hele leven al kende. Een prachtige lieve vrouw, groots in haar eenvoud.
Ik realiseerde me die avond wat een enorme inspiratiebron Zíj voor mij is. Vanwege haar eenvoud. En de immense kracht en veerkracht die daaruit voortkomen. Om elke dag het leven aan te nemen zoals het is. Nu ik nog eens goed naar mijn oma keek zag ik pas hoe bijzonder het is dat zij dit gewoon doet. Of beter: dat zij dit is! Zo dichtbij …

Ik ga zelf graag op reis naar Azië om me te laten raken door de kracht van eenvoud die ik daar ervaar. Tevredenheid. Acceptatie. Dat het is zoals het is. Geïnspireerd ga ik dan weer naar huis en hoop dan altijd dat ik dit gevoel vast kan houden. Ik doe daar hard mijn best voor.
Nu weet ik dat ik alleen maar aan oma hoef te denken …

In mijn coachwerk ben ik over mijn oma gaan vertellen in plaats van over mijn ervaringen in Azië. Met het vertellen van haar verhaal hoop ik de mensen die ik begeleid te laten inzien wat de waarde van onthechten en eenvoud is. Hoeveel kracht en veerkracht van daaruit kan ontstaan. Het raakt, elke keer …

‘Kom je koffiedrinken?’

Mijn tante lukt het later op de avond om te ontrafelen wat ze alsmaar zegt op haar sterfbed.
‘Kom je koffiedrinken?’
Ongelofelijk. Deze ene zin; hoe vaak zal ze die gezegd hebben? Met deze ene zin geeft ze weer waar het haar om te doen was: zorgen voor de ander en samen zijn.

Ik zie voor me hoe ze tevreden met een kop koffie en een plak koek een opmerking maakt over het weer.
Steevast: ‘De zon laat zich niet meer zien vandaag’ of ‘Wat is het toch een prachtige dag!’

 

* Afgeleid van de legendarische uitspraak van Johan Cruijff: ‘Je ziet het pas als je het door heb.’ 

Uit de praktijk: Twee kanten van een situatie

Hij had er geen zin meer in zei hij. Na 12 jaar was de koek op. Hij had een mooi bedrijf opgebouwd met een compagnon, maar de dagelijkse uitdagingen waren hem teveel geworden. Zijn partner thuis was er ook helemaal klaar mee. Ze zag graag dat hij meer tijd zou vrijmaken voor haar en dat hij wat vaker naast haar op de bank zou zitten ’s avonds. Ze vond dat hij maar beter kon stoppen met het bedrijf en dat hij in plaats daarvan wat klussen zou kunnen doen. Als interimmer bijvoorbeeld.
Hij begreep niet dat zijn compagnon het allemaal zo pijnlijk vond. Hij had toch al een tijdje geleden  aangekondigd dat hij wilde stoppen?! Waarom reageerde ze zo emotioneel? Alsof haar wereld instortte. En alsof het voor hem allemaal zo makkelijk was. Ze kon het toch zien als een kans voor de toekomst? Gewoon allebei opnieuw beginnen. En de medewerkers zouden heus wel weer nieuw werk vinden. Hij raakte somber van de hele situatie, van het gedoe. En dat was ‘haar’ schuld. Ik vroeg me af of hij zelf helder had over wie hij het had. Over zijn zakelijke compagnon of over zijn vrouw? Ik polste het en de heftige reactie maakte duidelijk dat we nu nog niet over zijn privé-situatie konden praten. “Ja, het klopt dat mijn vrouw mijn ambities nooit echt heeft begrepen. Zij werkt parttime en houdt er veel hobby’s op na. Maar ik kan echt zelf beslissingen nemen, dat doet mijn vrouw echt niet voor me.”

We spraken af dat ik zijn compagnon ook individueel zou spreken. En dat ik op basis van de individuele gesprekken een voorstel zou doen voor een begeleidingstraject. Dus sprak ik zijn compagnon een paar dagen later.
Ze was gebroken zei ze. Ze had zo onnoemelijk hard gewerkt aan het bedrijf en ineens lag het allemaal in duigen. Althans zo voelde het. En ze had het niet aan zien komen. Ik vroeg haar wat ze nodig had. Ze keek me lang aan en zei “Alleen al deze vraag. Als hij die nou eens aan mij gesteld had…. Maar hij komt alleen maar met praktische oplossingen (tussen haakjes met vingers in de lucht) en ik hoor hem de hele dag tegen klanten vertellen hoe erg het voor hem allemaal is. Maar als ik dan tegen iemand vertel over de situatie dan schiet hij uit zijn slof. De medewerkers lopen inmiddels op eieren. Ik ben er zo verdrietig van en zakelijk zie ik gewoon geen oplossing. Hij is alleen maar bezig met alles zo snel mogelijk splitsen. Maar ik voel een veel groter verlies. Het bedrijf ligt aan diggelen als hij eruit stapt en die schade kan ik helemaal niet overzien. Hij lijkt er helemaal geen beeld bij te hebben wat de daadwerkelijke impact is op mijn leven. Hij is alleen maar bezig met zijn eigen proces. Hij heeft het ook steeds over zijn vrouw, dat zij er last van heeft dat het allemaal langer duurt dan dat ze gehoopt had. Dat zij vindt dat het zo snel mogelijk en zo zakelijk mogelijk moet worden afgerond.” ‘Wat heb je nodig?’ vraag ik haar nog een keer. “Ik zou willen dat hij míj hoort en dat hij zich in míjn situatie en in die van onze medewerkers verdiept. En dat begint met luisteren in plaats van praten.”

Het zijn twee verhalen van een situatie. Twee kanten van het verhaal, als wegen scheiden. Voor de een lijkt de scheiding de beste oplossing om uit het getouwtrek los te komen. Voor de ander is het een ineenstorting van een droom, een verlies van toekomstperspectief en van vertrouwen. Het is het begin van een beleidingstraject van twee ondernemers. Ze hechten er allebei waarde aan dat het allemaal zorgvuldig uitgezocht en uitgesproken wordt omdat ze zoveel mooie jaren hebben gehad samen. Ze zien allebei in dat open eindjes nooit af komen en ze gaan allebei akkoord dat het proces zo lang duurt als nodig is.

Een aantal sessies later is de man er ineens klaar mee. De zakelijke punten waren grotendeels afgevinkt en het was wat hem betreft goed zo. Het is niet helder geworden of hij niet meer kon of niet meer wilde. De compagnon had het er maar mee te doen. De ontgoocheling dat de lange samenwerking op deze manier eindigt is zo groot dat ik me af en toe even bij haar meld om te checken hoe het met haar gaat. Gelukkig laat ze zich supporten. Ze heeft ervoor gekozen om alle losse eindjes in haar eentje af te ronden. Het zijn er veel; voor haarzelf, voor de klanten en voor de medewerkers. Maar met de tijd zal zij die allemaal afgevinkt hebben en ik weet vrijwel zeker dat zíj hier sterk uitkomt.
Om  hém maak ik me zorgen. Hij is een beetje ondergedoken en hij voelt zich gekwetst. Hij noemde zichzelf slachtoffer van het gehele gebeuren en ‘iedereen was tegen hem’ op de werkvloer. Ik hoop dat hij helder krijgt wie in zijn ogen dader is van zijn slachtofferschap. En ik houd er rekening mee dat hij vandaag of morgen belt dat ze het niet gered hebben samen. Dat hij er alles aan gedaan heeft om zijn huwelijk te redden, maar dat zijn vrouw er eigenlijk al klaar mee was toen ze zei “Je kunt er maar beter mee stoppen.”

‘En nu graag in normale taal’

De afgelopen tijd heb ik veel gelezen. Over van alles. Vanuit nieuwsgierigheid en om wijzer te worden wat er speelt. Publicaties over de chaos in de wereld, de zorgen over onze planeet, klimaatverandering, conflicten, opstanden enzovoort. Er is veel om zorgen over te hebben en er is hoop dat het beter kan gaan als we er allemaal aan meewerken. Langzaamaan komt er bij een grotere groep meer bewustwording dat wij zwaar aan de beurt zijn om ingrijpend te veranderen. Maar een deel van de mensen lijkt het niet te willen horen lees ik in berichten. Die gaan maar gewoon door met de leefstijl die ze gewend waren. Enerzijds is dat er ook, het is erg ongemakkelijk en helemaal niet leuk om dingen los te moeten laten. Maar, en ja daar komt de maar. Zou het kunnen zijn dat de boodschappen niet gehoord kúnnen worden? Dat de manier waarop de boodschappen verkondigd worden niet goed aansluiten? Of dat ze zo ingewikkeld zijn dat mensen er niet eens aan beginnen om iets te lezen? Hoe wil je mensen meenemen in je verhaal als je taalgebruik zo ingewikkeld is dat er een woordenboek aan te pas moet komen? Heel veel mensen hebben daar helemaal geen zin in. Of ze kunnen het niet. Mijn zoon zei vaak ‘En nu graag in normale taal’ als ik enthousiast, vol vuur een betoog aan het houden was. En hij had, en heeft, gelijk. Waarom moeilijke woorden gebruiken als het ook in eenvoud kan? Einstein zei al ‘je begrijpt iets niet volledig tot je het kunt uitleggen aan oma’.

Hoe neem je mensen mee? ‘Oma moet het begrijpen’. En met oma in gedachten is het meteen een stuk makkelijker om taal en teksten aan te passen. En hoe fijn is het dat daarmee zoveel anderen ook je verhaal kúnnen horen. Dat iedereen mee kán doen. De boodschap van je verhaal begint bij eenvoudige taal.

Laat je vooral niet tegenhouden om bij vakgenoten en bij mensen in je eigen bubbel al die ingewikkelde woorden te gebruiken. Maar alsjeblieft wil je je best doen om in normale taal je verhaal te doen als het de bedoeling is dat iedereen je boodschap gaat horen? En maak het leuk. Met film(pjes), foto’s, quotes. Dat maakt de inhoud niet anders, maar grotere kans dat het dan ook door heel veel jongeren opgepikt gaat worden.

Haar moeder wees haar de weg

Ze was 21 jaar toen ze voor het eerst bij mij kwam. Terneergeslagen en vol verdriet. Er was zoveel aan de hand dat ze niet meer wist wat ze moest doen. Haar moeder was een jaar daarvoor overleden na een heftig ziekteproces. Haar tienerjaren hadden grotendeels in het teken gestaan van mantelzorg. Ze was met een vervolgstudie begonnen in een andere stad en na een half jaar was ze ook weer gestopt. Het was teveel allemaal. Chaos en onrust in hoofd en lijf. Ze runde nu het huishouden. Haar ouders waren gescheiden en de familie was verscheurd geraakt door het gedrag dat samenhing met het ziektebeeld van haar moeder. Ze zag nu wel in dat haar moeder daar niets aan kon doen, maar in haar tienerjaren was het moeilijk ‘dat ze zo raar deed’. Het had lang geduurd voordat helder was wat er aan de hand was. En er was wel een soort van gezinsbegeleiding geweest en die mensen waren hartstikke aardig, maar ze hadden kort gezegd ‘geen idee waar zij behoefte aan had gehad‘.

Ik zag een lieve meid die veel te jong een moederfiguur in haar leven had moeten missen en die veel op haar bord had. Niet alleen vanwege het grote verlies van haar moeder, maar ook vanwege de zorgen over haar studieschuld, haar broer die het erg moeilijk had en het gemis van haar vader die veel van huis was voor het werk. Ze keek hele dagen series op Netflix.
Het raakte me. Als coach, als professional, maar ook als vrouw en als moeder. Ze wilde nieuwe perspectieven op de toekomst ontdekken en nieuwe mogelijkheden vinden voor haar school-/loopbaan. Maar er was eerst iets anders nodig. Ze had allereerst ondersteuning nodig in het verwerken van haar verlies en ze moest een nieuwe structuur in haar dagelijks leven ontwikkelen. Een nieuw dagritme creëren met voldoende tijd om aan zichzelf te werken. Lang in bed liggen en series kijken was er niet meer bij. Ze ging op zoek (moest op zoek) naar een deeltijdbaan. Van daaruit kon zij stappen maken.
‘Wij kunnen jouw moeder niet vervangen, maar wij kunnen er als vrouwen wel voor jou zijn’ zei ik tegen haar. ‘It takes a village to raise a child’. Tjonge wat ben ik blij dat ze dat kon horen. En wat ben ik blij als ik dan nu – 1,5 jaar later – nog steeds berichtjes krijg met de laatste updates uit haar leven. Ze heeft geleerd ‘het aan te gaan’, is in goed gesprek met haar naasten, kan steeds beter om hulp vragen en tijd nemen om te ontspannen. Ze is weer gaan studeren en ze heeft een richting gekozen die nog dichter bij haarzelf ligt. Ze ziet een toekomst voor zich. Met werk waar ze haar talent en persoonlijke ervaringen kan inzetten ten gunste van anderen. Hoe gaaf dat zij een stageplek heeft gevonden waarbij ze ervaringsmaatje voor jongeren is die mantelzorger zijn voor een zieke ouder.
Ik geloof daar zo in. Dat pijnlijke gebeurtenissen uiteindelijk omgezet kunnen worden tot doorleefde wijsheid. Uiteindelijk. Als Het aangegaan wordt. Helemaal. Grondig. Stap voor stap. Zij ontdekte dat ook en zij werkt eraan en ze doet het. Ik ben blij voor haar en trots op haar. Als coach, als professional, als vrouw en als moeder voor deze jongere.

Soms is niet beter weten hartstikke prima

Afgelopen weekend moest ik, tijdens het opentrekken van een fles wijn, weer even denken aan een gebeurtenis van 25 jaar geleden. Dat was de tijd dat ik niks, maar dan ook echt niks, over wijn wist.
Ik kreeg bezoek van een bevriend stel en vroeg wat ze wilden drinken. Ze hadden wel zin in rode wijn. Gelukkig had ik een paar mooie flessen staan. Speciaal meegenomen uit Frankrijk na een bezoek aan een wijnboer in de Bordeaux. Er zaten mooie gouden etiketten op met koninklijke blauwe letters. En er hing ook een speciale zegel aan omdat het door de keuring was gekomen met een speciale waardering. Wat die waardering precies was wist ik niet meer. Ik weet wel dat ik na de proeverij een paar doosjes heb gekocht omdat ik de flessen zo mooi vond. Ik vond de wijn best zwaar en kreeg er rode wangen van, maar weet dat aan de hete zomerdag. Mijn aanschaf had meer betrekking op wat ik zag dan wat ik proefde. Mooie flessen om weg te geven en hartstikke fijn om wat in huis te hebben. Bij thuiskomst die zomer had ik wel een fles opengetrokken om het nog maar eens te proberen, maar binnen no time had ik roodgloeiende wangen dus de kurk ging gauw weer op de fles. Weggooien vond ik zonde, dus hup in de kast en niet meer aan gedacht. Nu kwamen die vrienden dus en ze wilden wijn. Heel graag rode. En ik heb ze de wijn geschonken. In mooie grote glazen. De vrienden vonden de wijn heel fijn en ik mocht gerust nog bijschenken. Zo gezegd, zo gedaan. De fles ging leeg. Het was een heerlijke avond.
Nu weet ik dat je een geopende fles niet al te lang moet laten staan. Omdat de smaak verandert. Misschien kan de wijn zelfs bederven. Toen wist ik daar niets van. De wijn stond weliswaar met een terug gedrukte kurk in een donker kastje, maar ik denk dat hij daar minstens een half jaar heeft gestaan. Er was gewoon geen animo voor rode wijn.
Inmiddels ben ik dus iets wijzer geworden op het gebied van wijn. Ik weet ook beter wat ik lekker vind en ik weet dat ik gloeiende wangen krijg van rood.  De vrienden zijn er nog steeds en ik moet regelmatig aan die avond van 25 jaar geleden denken als ik ze zie. Ze waren destijds tevreden met wat ik ze te bieden had. Ik had de beste bedoelingen en ik wist niet beter. Ik was ‘onbewust onbekwaam’, zoals wij coaches dat zo mooi zeggen. Heden ten dage zou ik nog even doorvragen als mensen zeggen ‘fijne wijn’. Ik zou het verhaal van de wijnboer erbij willen vertellen. En ik zou kunnen vertellen waar dat speciale label nou over ging omdat mijn interesse daarin gegroeid is. En dan zou er een heel gesprek komen over wijn. Tja.
Soms is niet beter weten hartstikke prima. Voor jezelf vooral. Ik had het geluk dat het goed is afgelopen met de vrienden anders zou ik daar misschien wel anders tegenaan kijken. Misschien ook niet. Dat laatste is mooi om op te mijmeren. Met een lekker glas wijn. Witte, uiteraard.

Het komt door van alles

Hij is 20 jaar en hij komt sinds half december wekelijks naar mij toe. Somber, ineengedoken en perspectiefloos; dat kenmerkte de ontmoeting die ik met hem had in december. Het tussenjaar waar hij zo naar uit had gezien na het behalen van zijn VWO-diploma werd een periode van totale ‘nietsheid’. Geen school, geen werk, geen autorijlessen, geen waardevolle sociale contacten. Wel een paar kennissen, maar die begrepen hem niet. Hij sliep iedere dag lang uit omdat de dag dan korter leek. Zijn ouders werden steeds ongeduldiger en bozer en beschuldigden hem van luiheid en gemakzucht. Maar zo was hij toch niet. Of toch wel?
Met elke nieuwe of verlengde overheidsmaatregel was hem de moed en levenslust meer in de schoenen gezakt. Wat hij leuk vond? Waar hij zijn bed voor uit wilde komen? Wat hem blijer zou kunnen maken? Geen antwoorden. Stilte. Een spoortje stille tranen over zijn bleke gezicht.

“Wat je ziet ben je verantwoordelijk voor” zei een lerares lang geleden tegen mij. Ze sprak de woorden met zo’n beslistheid uit dat ik ze nooit ben vergeten. Ze gaven me de moed en de felle vastberadenheid om op te komen voor mensen met een hulpvraag. Voor rechtvaardigheid, echtheid en zoeken naar mogelijkheden die er zijn. Buiten de lijnen en over nieuwe wegen.

Terug naar deze jongen. Hij was naar me toe gereisd na mijn appje. Ik wist via via dat hij het zwaar had. Zijn reis en de tranen waren genoeg om het vuur in míj aan te wakkeren. Ik dacht aan de woorden van mijn lerares en het besluit was genomen. ‘Deze jongen ga ik helpen, ongeacht de regels en beperkingen die er zijn. Al is het deze ene jongen die ik door deze pandemie heen help, heen sleur als dat moet.’ Goddank wilde hij het wel proberen met me. Want om zo verder te gaan bood niet veel goeds voor de toekomst.

Onze bedrijfslocatie was met de overheidsmaatregelen gesloten. Ontwikkel-trajecten deed ik online. Veelal 1-op-1. Speciaal voor deze jongen deed ik wekelijks de deur van Droom van Zwolle open. Zo zaten wij met z’n 2-en in een immens pand. Of we wandelden door de stad. Zoekend naar antwoorden. Hoe het zover had kunnen komen. Wat hij graag deed toen hij nog veel jonger was. Wat hij zou doen als alles kon. Wat hij wist over zichzelf. Of hij kon ontdekken welke kwaliteiten hij kon aanwenden om hier uit te komen…

We zijn 3 maanden verder en afgelopen maandag lachte hij voor het eerst vrijuit sinds ik hem ken. Ik zag wel eerder een twinkeling toen ik tijdens een wandeling spontaan met hem bij een gitaarwinkel aanklopte. Maar nu lachte hij breeduit bij mij aan tafel. Hij was in beweging gekomen zei hij. “Ik ben er nog niet, maar ik ben onderweg”. En zo is het. Er was een gitaar gekomen na mijn telefoontje naar zijn moeder dat hij een gitaar nodig had voor zijn ontwikkeling. Er komt richting in een studiekeuze, hij maakt vergezichten over een leven in een studentenhuis, hij ervaart de kracht en de werking van een goed dagritme en is inmiddels bereid om al het werk aan te pakken dat voorhanden is.

Het komt door de deur uit gaan.
Het komt door de wekelijkse reis, een uur heen en een uur terug in de bus.
Het komt door een andere omgeving.
Het komt door de opdrachten om antwoord te vinden op ‘wie ben ik?’
Het komt door de filosofische gesprekken.
Het komt door de kennismaking met andere leeftijdsgenoten.
Het komt door mijn stok achter de deur.
Het komt door het leren gitaarspelen.
Het komt door het hanteren van een dag- en weekritme.
Het komt door werk te maken van werk.
Kortom het komt door van alles.

Deze jongen had een ieniemini vonkje om uit zijn somberheid te willen komen. Inmiddels zie ik een vlammetje dat op kan laaien tot een heilig vuur. Zijn vuur.
Hij loopt rechtop, hij maakt woordgrapjes en hij kan het hebben als hij op z’n donder krijgt als huiswerk niet af is. We dwalen en reizen nog even verder samen. Totdat hij geland is in een nieuwe stad en in een nieuwe studie. Totdat hij zijn eerste liedjes op zijn nieuw gitaar aan mij kan laten horen.

‘Hej’

‘Hej Bernadet, ik wil je even laten weten hoe het met me gaat.’ Zijn telefoontje komt uit het niets.

Hij is een jongere die ik 1,5 jaar geleden in ons programma On Track mocht begeleiden.
Hij deed het hartstikke goed. Hij kon goed reflecteren, deed echt zijn best. Hij had een moeilijke tijd achter de rug en stond er alleen voor. Maar hij wilde zo graag wat zijn leven maken, dus greep de kans om on track te gaan.
Twintig jaar en er alleen voor staan. Dat deed me wat. En uit de verhalen van hem begreep ik dat zijn ouders ‘het gewoon niet konden, opvoeder zijn, ouder zijn’.  Met goede moed en een grote dosis onbevangenheid was hij op zichzelf gaan wonen, met een vriend in een antikraakwoning vlakbij Zwolle.

Zoals ik al zei, hij deed het hartstikke goed. En ik snapte er niets van dat hij ineens niet meer op kwam dagen, de telefoon niet opnam, what’s-app berichtjes negeerde. Dus ik stapte in de auto en ging langs. En dat deed ik vele malen daarna weer. In het begin schrok hij er wel een beetje van en dan excuseerde hij zich dat het zo’n puinzooi was in huis. Maar het maakte mij niet uit. Ik wilde weten wat er aan de hand was. Het was zo’n lieve jongen, schuldbewust ook dat hij het zo had laten afweten.

Ineens kwam het hoge woord eruit. Hij was verslaafd geraakt. Het begon met blowen en alcohol. Daarna kwam 3-MMC.

We hebben hulp gezocht voor zijn verslaving. Dat moest eerst voordat hij weer met een opleiding zou kunnen starten.
Hij wilde er vanaf. Van de troep en van zijn apathie.
De wachttijd bij verslavingszorg was lang. Aan de telefoon al een half uur om zich überhaupt kenbaar te kunnen maken. Dat is lang en het vraagt vastberadenheid om de telefoon er niet op te gooien. Ik was erbij en ik heb het gezien. Maar hij deed het.
En toen kwam de wachttijd voor behandeling. Die was minstens een half jaar. Een half jaar minstens… Dat was ook lang. Te lang. En dus ging hij niet toen er eindelijk een oproep kwam. En naar de herkansing die er kwam ging hij ook niet.

Wat heb ik me machteloos gevoeld. Hij werd onbereikbaar. Maar ik ben blijven appen. Zo af een toe even een ‘ping’. Maar geen reactie, niets, noppes, nada.

Tot de lockdown vorig jaar. Ineens kwam er een berichtje dat hij door de lockdown, en het verlies van zijn baantje in de horeca, zichzelf wel heel erg tegen was gekomen. Dit ging zo niet meer. Hij was gaan kweken. “Wat kweek je dan?” vroeg ik vertwijfeld. ‘Groente’ was het antwoord en hij stuurde trotse foto’s van courgettes, aardappelen en munt. “Groente?” vroeg ik. ‘Ja! Ik heb een hartstikke leuke hobby met mijn groentetuin. Ik ben gestopt met blowen en ik ben een heleboel dingen aan het oplossen. Het contact met mijn ouders is beter en mijn schulden worden al een stuk minder.’

Na dit appje was het een half jaar stil. Tot een week geleden. ‘Hej Bernadet, ik wil je even laten weten hoe het met me gaat. Hoe het nu met me is.’ Hij vertelde trots dat hij ook gestopt is met alcohol en 3-MMC. ‘En dat allemaal op eigen kracht! Ik had er genoeg van en heb de knop omgezet. Gewoon gestopt. Cold turkey. En weet je wat zo leuk is? Ik sta 500 in de plus! En ik heb gisteren de mogelijkheid er ook afgegooid dat ik nog rood kan staan. Ik ben he-le-maal schuldenvrij!’ Wat was hij enthousiast. Ook over zijn nieuwe baan. Sinds een paar maanden is hij fulltime aan het werk bij een energieleverancier, met veel ontwikkelmogelijkheden.

Hij had mijn dag niet beter kunnen maken. Hij is On Track. Ik was en ben oprecht trots. Op hem. En onnoemelijk dankbaar dat hij de moeite nam om mij even te bellen. Binnenkort drinken we koffie, wat zie ik er naar uit…

 

De kwaliteit en beoefening van ‘Open Space’

Een Open Space, ofwel open ruimte, omvat precies dat wat de woorden weergeven.

Het is open. En het is ruimte.

Een Open Space is ruimte voor jezelf. En je maakt daarbij gebruik van tijd.
Het is ruim in tijd en begrensd in tijd, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Als er geen begin en einde aan de tijd voor jezelf zou zitten dan kan de kwaliteit van een Open Space omlaag gaan. Er gaat weinig ontstaan waar jij blij van wordt. De Open Space is dan zomaar volgelopen met dingen waar je helemaal geen energie van krijgt en de tijd is je door de vingers geglipt. Of de Open Space wordt als een gapend gat ervaren omdat het ‘nergens over gaat’ en je niet weet wat je moet doen.
De kwaliteit van het principe van een Open Space zit hem in het duiden waar de tijdruimte in essentie voor jou over moet gaan. Zou je dat weglaten dan is het niets anders dan tijd.

Een Open Space heeft dus een begin en een einde. Dat kan in het kleine, bijvoorbeeld een paar uur in een week. Of in het grotere, zoals in een vakantie, een sabbatical of een tussenjaar. Een Open Space kun je voor jezelf organiseren en plannen. Hoeveel Open Space je voor jezelf gaat organiseren en wanneer is aan jou. Dat is contact maken met wat jij ten diepste wilt. Soms is een Open Space min of meer voor ons georganiseerd, dat is bijvoorbeeld het geval met de schoolvakanties.

Hoe maak je nou een kwaliteit of intentie aan voor je Open Space?
Ik heb daar een oefening voor:

Neem een half uurtje de tijd, met een leeg vel papier voor je en word even stil.
Teken een horizontale lijn midden op het vel papier, met links de startdatum en rechts de einddatum van jouw Open Space.
Teken vervolgens een lijn in een boog vanaf de startdatum naar de einddatum.
Je hebt jouw tijdruimte nu in beeld gebracht.

Stel jezelf vervolgens de volgende vragen:

# Naar welke kwaliteit verlang IK in deze periode?
# Waar ben IK echt aan toe?
# Wat heb IK nodig?

Vang de antwoorden in één woord of in één zin en koppel dan deze intentie aan jouw ‘Open Space’ door het in grote letters bovenaan jouw vel papier te schrijven. Voel wat het met je doet nu je de intentie van jouw Space voor je ziet, voor welke kwaliteit JIJ gaat.

Hang het vel op of maak er een foto van. Herinner je regelmatig jouw intentie en dan weet jij precies wat je te doen hebt.
Geniet ervan. En zeg bewust ‘ja’ tegen de dingen die bijdragen aan jouw intentie. De rest mag je even laten gaan…

 

 

Autonomie en Professionaliteit

‘Hoe autonomer je bent hoe professioneler je kunt zijn.’ Dat zijn de woorden waar een goede Pulsarvriend me weer aan herinnerde. Het is een uitspraak van een leraar van ons, lang geleden.

We hadden een gesprek over professionals in relatie tot werkgevers/opdrachtgevers. Over onduidelijkheid in rollen, uiteenlopende (niet matchende) verwachtingen en daaruit voortvloeiende weerstanden.
Ik vroeg me af hoe dat toch kan en ik puzzel daarin. Ik denk dat ik zelf helder ben in wat ik graag wil en toch overkomt het mij ook dat er onduidelijkheden zijn in de omvang of inhoud van een klus. Communicatie, blijkt maar weer, is lastig. Want hoe weet je zeker dat je elkaar verstaat? De ander kan zeggen ‘ik begrijp wat je bedoelt’, maar hoe weet je dat? En wat heb je daarin te doen?

Aan de mensen met wie ik samenwerk vraag ik ‘waar ben jij van’ en ‘waar ben jij niet van’? Stevigheid, helderheid en transparantie daarover ervaar ik als een verademing. Ik weet dan waar ik aan toe ben, kan zelf beslissen of ik verwachtingen bij wil stellen of een andere optie ga onderzoeken. Maar het overkomt mij dus ook dat het een beetje onduidelijk blijft ‘wat wel en wat niet’. En dat is niet handig, want bij de oplevering van het werk is dan uiteindelijk niemand blij. De ander kan het gevoel hebben van overvraagd worden en mijn vertrouwen in de deskundigheid van die persoon daalt omdat ik een ander eindbeeld had. Het is hard werken om dan weer in een goede flow met elkaar te komen. Zonde vind ik dat.

Hoe waardevol is het om jezelf én elkaar te bevragen. Waar kan ik jou voor inschakelen, hoe kan ik je helpen, wat heb je nodig? Door antwoorden te vinden op die vragen groei je persoonlijk én professioneel. Je energie kan zich steeds beter richten, je zelfvertrouwen groeit en je wordt steeds beter in het uitoefenen van je werk. Met name als de manier waarop, dus hóe je je professie ten uitvoer brengt, door jouzelf bepaald is. Authenticiteit en autonomie gaan hierin hand in hand. Die groei zet zich een leven lang voort als je je er voor open stelt. Je bent er dus niet met weten waar je van bent. Het gevaar schuilt er immers in dat het dan een kunstje wordt, iets mechanisch. Elkaar goed blijven bevragen helpt aan beide kanten. En als het niet helder is mag de blik heel eerlijk naar binnen worden gericht om te onderzoeken wat er aan de hand is. Soms is er werk aan de winkel, stuit je op weerstanden en is er sprake van groeipijn. Maar als je daar (met elkaar) doorheen durft te gaan groei je niet alleen persoonlijk, maar ook in je professionaliteit. Het lukt dan óók om zonder schroom te zeggen ‘en hier ben ik niet van’. Hoe mooi is het om daardoor ook steeds specifieker te worden met wie en voor wie jij wilt werken. De keuze is aan jou voor de juiste werkgever, opdrachtgever, opdrachtnemer, collega, klus, rol, functie of taak!

 

Werken vanuit talent is egoloos

Ik moet iets kwijt over talent.
Ik spreek veel mensen die op zoek zijn.
Op zoek naar ‘wie ben ik’, wat is mijn talent?
Op zoek naar de weg van succes.
Op zoek naar dé studie met een goed betaalde (bij)baan.
Goed klinkende functietitels en volop mogelijkheden om de treden van de succesladder naar hartelust te kunnen bewandelen.

Ik vraag dan meteen ‘is dat jouw definitie van succes?’ En meteen is daar bij de ander ook de vertwijfeling. Want ‘iedereen doet of wil dat toch?’
Het is een misvatting dat je talent alleen maar werkt als je eindelijk je droombaan hebt gevonden. Het is een misvatting dat werken vanuit je talent je status geeft. Zoals het ook een misvatting is dat de uitgifte van je talent stopt na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

We zijn allemaal geboren met een natuurlijk talent. Dat is prachtig. Jouw talent is altijd op zoek naar een afnemer, zoekt altijd naar een manier om ‘het’ uit te geven. Dat gaat een leven lang door, in welke omstandigheid dan ook.

Werken vanuit talent is egoloos. Talent gaat over eigenheid, niet over ego. Het doet er niet zozeer toe wát je doet, maar hóe je het doet. Als voorbeeld: mijn bezielertalent werkt volop als ik aan het schoonmaken of opruimen ben. Dat doe ik toegewijd en ik maak het mooier dan het was. Daar kan ik mezelf helemaal in verliezen, dus het is ook oppassen geblazen. Want dat is een valkuil; gieteren of eindeloos uitgeven van je talent. Het is een kwestie van ‘je ding doen’ en niet meer dan dat. En ook om iedere keer jezelf af te vragen ‘wat heb ik nu te geven?, hoe ga ik het nu aanpakken?’ Als je werkt vanuit je talent ga je niet op de routine, er zit iedere keer een vernieuwingsimpuls in. Je kunt doodop raken van werken vanuit je talent als je niet alert blijft!

Ik begrijp het verlangen goed rondom ‘weten waar jij van bent’. Graag help ik om daar meer zicht op te krijgen. Maar dan wel met antwoord op mijn vraag ‘wat doe je in de tussentijd?’ Wachten tot dé droombaan of dé studie ineens voorbij komt? Of steek je je handen uit de mouwen? Want dáár ben ik op uit. Dat jij je bed uit komt met de intentie om er iedere dag wat van te maken.
Ik denk oprecht dat je beter af bent als je werkt, een ritme hebt, contacten hebt buiten de intieme privésfeer. Voor de goede orde; met werk bedoel ik alle taken of klussen. Betaald of onbetaald.
Het gaat er volgens mij om dat je van betekenis bent voor anderen en je leefomgeving. Door egoloos te geven vanuit je talent. Dat is volgens mij de essentie van leven.